Deliveroo-bezorgers zijn (toch) werknemers

Deliveroo-bezorgers zijn (toch) werknemers

Een overeenkomst van opdracht of een arbeidsovereenkomst, 'that's the question'
Pagina afdrukken
Maaltijdbezorgers van Deliveroo (een thuisbezorger van restaurantmaaltijden) zijn werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst, zo oordeelde de kantonrechter in Amsterdam op 15 januari 2019. De uitspraak is zeer opmerkelijk, want op 23 juli vorig jaar oordeelde diezelfde kantonrechter in een specifieke Deliveroo-zaak (Sytze Ferwerda, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder nr. ECLI:NL:RBAMS:2018:5183) nog dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst.
 
 

De feiten

 Sinds februari 2018 worden de arbeidsovereenkomsten met bezorgers door Deliveroo niet meer verlengd en werken zij alleen nog op basis van een overeenkomst van opdracht, door Deliveroo ‘partnerovereenkomst’ genoemd. In deze overeenkomst is onder meer opgenomen dat de bezorger zich moet inschrijven bij de Kamer van koophandel en dat hij moet beschikken over een BTW-nummer. Betaling door Deliveroo vindt plaats per bezorging en op basis van facturering. De partnerovereenkomst kan door de bezorger met onmiddellijke ingang worden opgezegd. Voor Deliveroo geldt een opzegtermijn van een week. Bezorgers kunnen zich volgens de partnerovereenkomst laten vervangen en de bestellingen door een ander laten verrichten. De bezorger zorgt zelf voor vervoer (scooter, (motor)fiets of auto) en het materiaal (maaltijdbox e.d.).
 

Oordeel kantonrechter Amsterdam

De kantonrechter gaat in zijn uitgebreid gemotiveerde uitspraak, die is gepubliceerd onder nummer ECLI:NL:RBAMS:2019:198, in op de afbakening van de arbeidsovereenkomst ten opzichte van de overeenkomst van opdracht.
 
De kantonrechter beoordeelt vervolgens of het karakter van de rechtsverhouding tussen Deliveroo en zijn bezorgers sinds begin 2018 zodanig is veranderd, dat niet langer wordt voldaan aan de elementen van de arbeidsovereenkomst, en met name aan het element gezagsverhouding. Volgens de kantonrechter hebben de maaltijdbezorgers een standaardcontract, dat volledig en eenzijdig door Deliveroo is opgesteld en niet onderhandelbaar is. In zo’n situatie kan voor de bedoeling van partijen aan de weergave in het schriftelijk contract geen doorslaggevende betekenis worden gehecht, zeker niet voor wat betreft de bedoeling van de bezorger. Gezien het dwingendrechtelijke karakter van het arbeidsrecht is het niet aan partijen om te beslissen of ze daarvan willen afwijken.
 
De kantonrechter oordeelt vervolgens dat de aard van het werk en de rechtsverhouding tussen partijen niet zodanig wezenlijk zijn gewijzigd dat niet langer sprake is van het verrichten van arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst. Het gaat nog steeds om arbeid die behoort tot de organisatie van Deliveroo. Als er gewerkt wordt is er onverminderd sprake van een gezagsrelatie. In feite geldt dit ook voor de fase vanaf de aanmelding voor de dienst. Dat de aanwijzingen in algemene zin zijn neergelegd en niet concreet telkens bij het werk, maakt dit niet anders nu het gaat om eenvoudig ongeschoold standaardwerk, waar weinig andere aanwijzingen denkbaar zijn dan thans zijn geregeld. Als gevolg van technologische mogelijkheden is er weliswaar een grote vrijheid mogelijk waar het gaat om de beschikbaarheid voor arbeid, maar deze past nog steeds binnen het karakter van de arbeidsovereenkomst, ook al wordt op door de werknemer te kiezen tijdstippen gewerkt. De door de systemen gecreëerde ruimte voor indeling van het werk is bijvoorbeeld vergelijkbaar met het op grote schaal kunnen ruilen van diensten in vooraf vastgelegde roosters. Bovendien is het aanmelden voor diensten een wezenlijke voorwaarde om inkomen te verwerven, waarbij nog geldt dat als een bezorger zich aanmeldt er niet automatisch werk is en hij afhankelijk is van de gunning van de concrete bestelling door Deliveroo. De afhankelijkheid van Deliveroo vindt de kantonrechter nog steeds zwaarder wegen dan de zelfstandigheid van de bezorger.
 
De kantonrechter wijst de gevraagde verklaring voor recht, dat de rechtsverhouding tussen Deliveroo en haar bezorgers, in afwijking van het schriftelijk contract, nog steeds is aan te merken als een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW, toe. Deliveroo heeft al laten weten tegen de uitspraak in hoger beroep te gaan.
 
Auxilium adviseur mr. Bernard Cornellissen: De gevolgen van deze uitspraak kunnen verstrekkend zijn, behalve voor Deliveroo zelf ook voor andere ‘platformbedrijven’ zoals bijvoorbeeld Uber (taxichauffeurs) en Helpling (schoonmaak). Met het uitvoerbaar verklaarde vonnis van de Amsterdamse kantonrechter in de hand, kunnen de Deliveroo-bezorgers een arbeidscontract eisen, met alle daaraan verbonden toeters en bellen (minimum(uur)loon, pensioen, loondoorbetaling bij ziekte, toepasselijkheid werknemersverzekeringen). De FNV, die de zaak tegen Deliveroo als collectieve belangenbehartiger (ex artikel 305a BW) had aangespannen, ziet zich in haar queeste tegen schijnzelfstandigheid en uitholling van de sociale zekerheid gesterkt en heeft inmiddels zaken tegen andere platformbedrijven in voorbereiding.

Meer weten?

mr. Bernard Cornelissen

Deliveroo-bezorgers zijn (toch) werknemers
  • procesrecht
  • ondernemingsrecht
  • arbeidsrecht
  • algemeen civiel recht
  • individueel en collectief ontslagrecht
  • overgang van onderneming