Gaat generatiebestendig wonen fiscaal wel goed?

Gaat generatiebestendig wonen fiscaal wel goed?

Hoewel dit maatschappelijk uiterst gewenst is, zijn de gevolgen voor de eigen woning regeling een stuk minder wenselijk.
Pagina afdrukken
Wellicht ben u er zelf al mee bezig of heeft u klanten die overwegen om generatiebestendig te gaan wonen. Hoewel dit maatschappelijk uiterst gewenst is en van overheidswege wordt toegejuicht, blijkt dat nog niet direct uit de fiscale ondersteuning hiervan.
 

Wat verstaan wij onder generatiebestendig wonen?

Er zijn diverse vormen denkbaar. We noemen de naar onze mening meest voorkomende:
  1. het plaatsen van een mantelzorgwoning voor de ouder(s) in de tuin van de eigen woning van het kind
  2. het plaatsen van een mantelzorgwoning in de tuin van de woning van de ouder(s) en het kind trekt (al dan niet met diens gezin) in de woning van de ouder(s)
  3. het verbouwen van een deel van de woning van de ouder(s), zodat het kind (al dan niet met gezin) een deel hiervan kan bewonen
  4. het verbouwen van een deel van de woning van het kind, zodat de ouder(s) hierbij in kan (kunnen) komen wonen

​Dat dit maatschappelijk gewenst is, moge onder meer blijken uit het feit dat in het omgevingsrecht is geregeld dat het plaatsen van een mantelzorgwoning onder voorwaarden vergunningsvrij is.
 

Wat zijn de gevolgen voor de eigen woning regeling?

Ondanks dat generatiebestendig wonen een zeer welkome ontwikkeling is, zijn de gevolgen voor de eigen woning regeling een stuk minder wenselijk.
 

Wanneer is fiscaal ook alweer sprake van een eigen woning?

Een eigen woning in de zin van de wet IB 2001 moet voldoen aan een aantal voorwaarden:

  • er moet sprake zijn van eigendom (of een krachtens erfrecht verkregen recht van vruchtgebruik of bewoning);
  • er moet sprake zijn van een hoofdverblijf
    - dat anders dan tijdelijk (lees: mag niet van korte duur zijn);
    - de belastingplichtige en de personen die behoren tot zijn huishouden ter beschikking staat.

 

Hoe zit dat in de genoemde gevallen?

  1. De ouders horen niet tot het huishouden van het kind. De mantelzorgwoning is geen onderdeel van de eigen woning. De mantelzorgwoning is dus een box 3 bezitting (voor ouders of kind, afhankelijk van wie het eigendom heeft). Vraag is hier hoe het gaat met de ondergrond. Als de mantelzorgwoning eigendom is van het kind, gaat dit stuk van de kavel over naar box 3. Als de mantelzorgwoning eigendom is van de ouders, zal met een opstalrecht moeten worden gewerkt om natrekking te voorkomen. Ook in dat geval gaat dit stuk van de kavel voor het kind naar box 3;
  2. het kind (en diens gezin) behoort niet tot het huishouden van de ouders. De ouders stellen hun woning ter beschikking aan het kind, waardoor het hen niet meer ter beschikking staat. Er is dus niet langer sprake van een eigen woning. Ook niet bij het kind, want dat heeft geen eigendom. Eventueel kan de mantelzorgwoning voor de ouders wel onder de eigen woning regeling vallen, maar het probleem zit dus bij de hoofdwoning;
  3. In dit geval moet eerst worden beoordeeld of er een zelfstandige woonruimte ontstaat door de verbouwing. Een eigen woning kan namelijk nooit uit meer dan één zelfstandige woonruimte bestaan. Indien dat het geval is dan valt het deel van de woning waar het kind gaat wonen dus voortaan buiten de eigen woning regeling.
    Indien dat niet het geval is moet nog worden beoordeeld of het kind (plus eventueel gezin) deel gaat (gaan) uitmaken van het huishouden van de ouders. Doorslaggevend daarbij is –kort gezegd- of men leeft uit dezelfde koelkast. Als daar sprake van is, blijft de eigen woning regeling op het geheel van toepassing. Indien dat niet zo is en het kind wellicht zelfs huur betaalt aan de ouders, kan de eigen woningregeling slechts in stand blijven indien aan de voorwaarden voor de kamerverhuurvrijstelling wordt voldaan (max. € 5.506 in 2020). zo niet, dan gaat het deel van de woning dat aan het kind ter beschikking staat over naar box 3. 
  4. ​Dit is het spiegelbeeld van 3. (partijen omdraaien).

Welke gevolgen kunnen optreden?

  • beperking renteaftrek
  • deel woning plus bijbehorende financiering aangeven in box 3
  • vervreemdingssaldo ontstaat bij overgang naar box 3 (dit kan gevolgen hebben op de maximale renteaftrek bij de aankoop van een volgende eigen woning) 
  • er kunnen schenkingsaspecten zitten aan bijvoorbeeld het door de ouder(s) laten plaatsen van een mantelzorgwoning op het terrein van het kind, indien er geen afspraken zijn gemaakt over opstalrecht of het verwijderen van de mantelzorgwoning bij einde bewoning door de ouder(s)
  • er kunnen ook schenkingsaspecten zitten aan het gratis of tegen een te lage vergoeding ter beschikking stellen van woonruimte aan personen die niet tot het huishouden behoren
  • indien een alleenstaande ouder bij een alleenstaand (volwassen) kind gaat inwonen kan er fiscaal partnerschap ontstaan (indien beide op zelfde adres ingeschreven en er wonen bijvoorbeeld ook nog kleinkinderen bij in)
  • indien er voor zou worden gekozen dat het kind de woning van de ouders koopt en de ouders vervolgens bij het kind in blijven wonen, komt hier, naast alle genoemde overwegingen en problemen ook nog eens overdrachtsbelasting bij kijken. Ook kan de financiering dan problemen opleveren, leert de praktijk, omdat dit niet bepaald een standaardsituatie is

 

Conclusie

Het mag duidelijk zijn dat een beslissing om generatiebestendig te gaan wonen goed moet worden overdacht en dat vooraf goed alle (fiscale) gevolgen in kaart moeten worden gebracht. Uiteraard zijn wij u hierbij graag van dienst.
 

Meer weten?

mr. Mariëtte Rodenburg RB

Gaat generatiebestendig wonen fiscaal wel goed?

fiscalist - MKB

rodenburg@auxiliumadviesgroep.nl 033 433 72 17
  • eigen woning
  • inkomstenbelasting
  • bedrijfsoverdracht
  • echtscheiding
  • mkb

Mariëtte Elling FFP

Gaat generatiebestendig wonen fiscaal wel goed?

financieel planner

elling@auxiliumadviesgroep.nl 033 433 72 17
  • financiële planning
  • oudedagsvoorzieningen
  • pensioen in eigen beheer
17-09-2020