Vervallen van de wettelijke vakantie-uren

Vervallen van de wettelijke vakantie-uren

Informeer uw werknemers schriftelijk over de eindtermijn. Bij voorkeur aan het begin van het vervaljaar.
Pagina afdrukken
Bent u met uw werknemer in de arbeidsovereenkomst de wettelijke vervaltermijn voor de wettelijke vakantiedagen overeengekomen? Dan is het van belang om nu schriftelijk aan de werknemers te communiceren hoeveel wettelijke vakantiedagen zij nog hebben staan en de einddatum aan te geven wanneer deze opgenomen moeten zijn, omdat de vakantiedagen anders komen te vervallen. 'Vervallen' betekent in de wetgeving dat de werknemer deze vakantiedagen daadwerkelijk ‘kwijt’ is.

Vervaltermijn wettelijke vakantiedagen

Artikel 7:640a BW bepaalt dat de aanspraak op de wettelijke vakantiedagen zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is verworven, vervalt, tenzij de werknemer tot aan dat tijdstip redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen.

Met de invoering van artikel 7:640a BW (in werking getreden op 1 januari 2012) heeft de wetgever de Nederlandse wet in overeenstemming willen brengen met artikel 7 van de Richtlijn 2003/88/EG betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd, zoals door het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) uitgelegd in het arrest Schultz-Hoff1.

Het is dus van belang dat werknemers ruim op tijd – bij voorkeur aan het begin van het vervaljaar – gewezen worden op het aantal (nog) op te nemen wettelijke vakantiedagen en ze deze te laten in plannen.  

Bovenwettelijke vakantiedagen

Anders ligt het voor de bovenwettelijke vakantiedagen. De bovenwettelijke vakantiedagen zijn die dagen die een werkgever toekent boven het aantal van 4 x de overeengekomen arbeidsduur. Voorbeeld. Werkt iemand 40 uur per week zijnde 5 dagen, dan zijn de wettelijke vakantiedagen per kalenderjaar 20 dagen oftewel 160 vakantie-uren. Heeft werkgever 25 vakantiedagen, dan betekent het dat 5 dagen ‘boven’ wettelijk zijn. Voor de bovenwettelijke vakantiedagen geldt een vervaltermijn van 5 jaar.

Arbeidsongeschiktheid en het vervallen van wettelijke vakantiedagen

In de Memorie van Toelichting behorend bij het wetsvoorstel tot invoering van artikel 7:640a BW2 is onder meer opgenomen: “Werknemers die geheel arbeidsongeschikt zijn voor de bedongen arbeid, zijn in beginsel – als zij daartoe in staat zijn – gehouden om andere (passende) werkzaamheden te verrichten of om mee te werken aan inspanningen gericht op re-integratie. Voor deze re-integrerende zieke werknemers heeft vakantie hetzelfde doel als voor gezonde werknemers, namelijk recuperatie: herstellen c.q. uitrusten van verplichtingen voortvloeiend uit de dienstbetrekking, ook al zijn dat andere verplichtingen dan het verrichten van de bedongen (eigen) arbeid. (…) Om te bevorderen dat alle (gezonde en re-integrerende) werknemers in het belang van hun veiligheid en gezondheid daadwerkelijk met regelmaat en tijdig recupereren door vakantie op te nemen, wordt een vervaltermijn voorgesteld voor de minimum vakantiedagen".

In de Nota naar aanleiding van het verslag is onder meer opgenomen: “Indien de werknemer meent redelijkerwijs niet in staat te zijn geweest om voor de afloop van de vervaltermijn zijn minimum vakantieaanspraken te benutten, zal hij aannemelijk moeten maken dat hij daartoe niet in staat is geweest.” 

In de Memorie van Antwoord is onder meer opgenomen: “Nu van gezonde werknemers wordt verlangd dat zij minimum vakantiedagen opnemen om te kunnen recupereren, valt niet in te zien waarom dat van langdurig zieke werknemers (met re-integratieverplichtingen) niet zou mogen worden verlangd. Er zijn echter situaties denkbaar dat de werknemer niet in staat is geweest om de minimumvakantie op te nemen. In dat geval, zo is de uitleg van artikel 7 van de richtlijn 2003/88/EG door het HvJEU, mogen de minimum vakantieaanspraken niet vervallen. In verband daarmee wordt een uitzondering voorgesteld voor de situatie dat de werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest om zijn minimumvakantie op te nemen. Het gaat hierbij om situaties dat de werknemer gedurende het opbouwjaar en de daaropvolgende 6 maanden om medische redenen of in verband met andere bijzondere omstandigheden redelijkerwijs niet in staat is geweest om zijn minimum vakantierecht te benutten.(…) De werknemer wordt bijvoorbeeld in staat geacht om minimum vakantiedagen op te nemen als het re-integratie traject is gestart. (…) In die gevallen waar het opnemen van minimum vakantie het re-integreren in de weg staat, waardoor de minimum vakantie niet tijdig (voor het einde van de vervaltermijn) kan of mag worden opgenomen, zullen deze vakantiedagen niet komen te vervallen. In deze situatie is de werknemer redelijkerwijs niet in staat geweest (tijdig) minimum vakantie op te nemen.”

Concluderend

In basis geldt dat als een werknemer deels (aantal uren) werkzaam is, hij in staat wordt geacht zijn vakantie op te nemen. De wettelijke vakantiedagen komen – indien de wettelijke vervaltermijn in de arbeidsovereenkomst is opgenomen – te vervallen per 1 juli in het jaar na de opbouw.

Bij volledige arbeidsongeschiktheid kan werkgever voorafgaand aan een vakantieopname schriftelijk overeenkomen, dat hij zijn bovenwettelijke vakantiedagen geniet. Dit geldt dan alleen voor de bovenwettelijke vakantiedagen in het kalenderjaar van opbouw.

Is een werknemer twee jaar lang 100% arbeidsongeschikt geweest en niet in staat geweest om vakantie op te nemen, geldt dat alle opgebouwde vakantiedagen bij einde dienstverband uitbetaald moeten worden, dan wel bij herstel, binnen 5 jaar opgenomen te worden.
Bekijk alle blogs

Meer weten?

Ilon Hemmelder

Vervallen van de wettelijke vakantie-uren

personeelsadviseur | verzuimmanager

i.hemmelder@auxiliumadviesgroep.nl 033 433 72 17
  • verzuimmanagement
  • cao recht
  • personeelsmanagement
  • arbeidsrecht
  • sociaal zekerheidsrecht
  • arbeidsomstandigheden
02-03-2022